Co-ouderschap en inkomensafhankelijke combinatiekorting: eindelijk duidelijkheid

Uitspraak Hoge Raad 13 maar 2020: ook bij co-ouderschap met een duurzame verdeling van de zorg in een schema 2-4-4-2 bestaat recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting voor de ouder bij wie het kind niet staat ingeschreven.

Inleiding

Als je werken combineert met het zorgen voor een kind dat jonger is dan twaalf jaar heb je onder omstandigheden recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
Bij co-ouderschap kan een kind tot twee huishoudens behoren. Maar wanneer is daarvan sprake en wanneer hebben beide ouders recht op die inkomensafhankelijke combinatiekorting?

Eisen inkomensafhankelijke combinatiekorting:

U krijgt de inkomensafhankelijke combinatiekorting in 2020 als u aan alle volgende voorwaarden voldoet (bron: belastingdienst):

  • U hebt een kind dat geboren is ná 31 december 2007.
  • Dit kind staat in 2020 minstens 6 maanden ingeschreven op uw woonadres.
  • U werkt en u verdient hiermee in 2020 meer dan € 5.072. Of u bent ondernemer en hebt recht op de zelfstandigenaftrek.
  • U hebt geen fiscale partner of u hebt minder dan 6 maanden een fiscale partner. Of u hebt langer dan 6 maanden een fiscale partner, én u verdient minder dan uw fiscale partner.

Bij co-ouderschap mag het kind ook ingeschreven zijn op het adres van de andere ouder, mits voldaan wordt aan de verblijfseis.

Verblijfseis

Als verblijfseis bij co-ouderschap gold steeds: ten minste 3 hele dagen per week of om en om 1 week. Zo stond op 16 maart 2020 nog op de website van de belastingdienst te lezen:

Dit kind staat in 2020 minstens 6 maanden ingeschreven op uw woonadres.
Maar als u co-ouder bent, mag uw kind ook ingeschreven zijn op het adres van uw ex. U bent co-ouder als uw kind elke week minstens 3 hele dagen bij u woont, én minstens 3 hele dagen bij uw ex. Voor de berekening hiervan mag u zelf bepalen op welke dag uw week begint. Óf uw kind is om en om 1 week bij u, en 1 week bij uw ex. Wij kunnen u vragen om het verblijf van uw kind te bewijzen, bijvoorbeeld met het scheidingsconvenant of het ouderschapsplan.
Daarin wordt niet voldaan als een kind over een geheel jaar bezien gemiddeld 3 tot 3,5 dag per week bij de ouder bij wie het kind niet staat ingeschreven verblijft.

Gevolg: een door co-ouders vaak gekozen zorgschema van 2-5-5-2 voldeed niet aan de verblijfseis, waardoor de ouder bij wie het kind niet staan ingeschreven geen recht heeft op de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Ook andere schema’s dan ‘gemiddeld 3-3,5 dag per week’ of ‘week op-week af’ kunnen voldoen aan verblijfseis

De Hoge Raad heeft op 13 maart 2020 (ECLI:NL:HR:2020:415) beslist dat ook bij een zorgschema waarbij een kind de ene week 4 dagen en de andere week 2 dagen bij de ouder is waar het niet staat ingeschreven die ouder recht heeft op de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
De wet staat er niet aan in de weg dat die heffingskorting ook kan worden genoten door beide ouders als zij de zorg voor de kinderen gelijkelijk verdelen in ander duurzaam ritme dan ieder elke week 3 tot 3,5 dag, aldus de Hoge Raad.  Maar let op: het moet gaan om een duurzaam schema!