Kinderalimentatie

kinderalimentatieVanaf 1 april 2013 geldt een nieuwe methodiek voor het bepalen van kinderalimentatie.
Deze methode gaat uit van een aantal stappen stappen:

  1. Bereken het netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding en vervolgens de behoefte van de kinderen
  2. Bereken het netto inkomen na scheiding en de draagkracht van ieder der partijen
  3. Zorgkorting
  4. Extra lasten, woonlasten, aanvaardbaarheidstoets

Deze manier van berekening houdt dus in beginsel geen rekening met daadwerkelijke lasten, tenzij in de laatste stap de draagkracht gecorrigeerd wordt.

Wie moet kinderalimentatie betalen?

Als je gaat scheiden of je relatie eindigt en er zijn kinderen , dan zal bekeken moeten worden of de ene ouder kinderalimentatie aan de verzorgende ouder dient te voldoen.

  • juridische ouders (de ouders die op de geboorteakte van het kind staan)
  • de verwekker van het kind (dus degene die geen juridisch ouder is, maar waarvan wel vaststaat dat hij de verwekker is), mits het kind alleen de moeder als ouder heeft
  • de persoon die als levensgezel van moeder heeft ingestemd met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad
  • stiefouders ten opzichte van de kinderen van zijn/haar echtgenoot (of geregistreerd partner) die tot het gezin van die stiefouder en die echtgenoot/geregistreerd partner horen.

Aan wie moet kinderalimentatie betaald worden?

Onderhoudsplicht ten opzichte van welke kinderen?

Op grond van de wet bestaat de onderhoudsplicht ten opzichte van minderjarige kinderen (kinderen tot 18 jaar).  Een eventuele bijdrage in de kosten van de kinderen wordt voldaan aan de ouder bij wie het kind zijn/haar hoofdverblijf heeft.

Ouders zijn ook verplicht te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie van hun meerderjarige kinderen die de leeftijd van 21 jaren niet hebben bereikt. Een eventuele bijdrage dient in beginsel aan het kind zelf te worden voldaan. Ook de stiefouder is gedurende zijn huwelijk of zijn geregistreerd partnerschap jegens de tot zijn gezin behorende meerderjarige kinderen van zijn echtgenoot of geregistreerde partner die de leeftijd van 21 nog niet hebben bereikt, verplicht te voorzien in de kosten.

Vanaf het 21e jaar van een kind bestaat er geen onderhoudsplicht jegens dat kind meer, tenzij het kind aantoont behoeftig te zijn.

Wat kost een kind?

Om te bepalen wat een kind kost, zal eerst berekend moeten worden wat het netto besteedbaar gezinsinkomen bij het uiteengaan van partijen was. Er wordt daarbij rekening gehouden met de heffingskortingen, waarvoor partijen in aanmerking kwamen. Ook wordt een eventueel kindgebonden budget dat werd ontvangen bij het inkomen opgeteld. Geen rekening wordt gehouden met het fiscale voordeel eigen woning, de fiscale aftrekbaarheid van lijfrentepremies en dergelijke.

De kinderbijslag wordt bij deze berekening niet betrokken.

Als het netto besteedbaar gezinsinkomen is berekend, wordt op basis van de behoeftetabel berekend wat een kind kost. Daarbij is ook van belang hoeveel kinderen tot het gezin behoren en hoe oud de kinderen zijn.

De behoeftetabel wordt jaarlijks aangepast en gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

Als het inkomen na ‘scheiding’ van een van de ouders hoger wordt dan dat het gezamenlijk netto besteedbaar gezinsinkomen tijdens huwelijk/relatie was, dan stijgen de kosten van het kind. De kosten van het kind worden dan berekend op basis van dat hogere inkomen.

Wat moet je betalen (draagkracht)?

Om te berekenen wat de ouders ieder kunnen bijdragen in de kosten van het kind, moet ieders draagkracht worden berekend.

Daartoe dient eerst berekend te worden hoe hoog het netto besteedbaar inkomen van ieder der partijen is. Ook hier geldt dat rekening wordt gehouden met alle heffingskortingen waarop recht bestaat en ook met het kindgebonden budget (met alleenstaande ouderkop) dat door de verzorgende ouder wordt ontvangen.

De draagkracht van ieder der ouders wordt vervolgens op basis van een formule berekend. Voor netto inkomens tot € 1.775,– per maand is de draagkracht in een tabel af te lezen. Ook de draagkrachttabel (en de formules) worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

De draagkracht formule luidt (per 1-1-2016) voor inkomens van meer dan € 1.550,–: 70% van [NBI – (0,3 x NBI + 890)].

  • NBI staat voor netto besteedbaar inkomen.
  • De woonlasten worden forfaitair gesteld op 0,3 van het netto besteedbaar inkomen.
  • Het bedrag ad € 890 kan gezien worden als een minimum bedrag dat iemand nodig heeft om de basiskosten van levensonderhoud te voorzien.

Stel: het netto besteedbaar inkomen van Mathijs is € 2.500 per maand. Wat is de draagkracht?
De draagkracht van Mathijs is dus: 70% van [ 2500 – (0,3 x 2500 + 890)] = € 602,–

Zorgkosten – zorgkorting

De kosten van de zorgregeling (omgangsregeling) hebben invloed op wat de alimentatieplichtige aan kinderalimentatie kan voldoen.

Berekend moet worden hoeveel dagen per week – vakanties meegerekend – een kind gemiddeld doorbrengt bij of voor rekening komt van de ouder waar het kind niet zijn hoofdverblijf heeft. Door die zorgverdeling hoeft immers de ouder, waar het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft, voor een deel niet in de behoefte van het kind hoeft te voorzien (de andere ouder voorziet daarin in natura)

Uitgangspunt is dat de ouder waar het kind hoofdverblijf heeft de ‘vaste lasten’ van het kind voldoet, zoals school, sport, hobby’s etc.

De zorgkosten worden berekend door een percentage te nemen van de kosten van het kind:
15% bij gedeelde zorg op gemiddeld 1 dag per week
25% bij gedeelde zorg op gemiddeld 2 dagen per week
35% bij gedeelde zorg op gemiddeld 3 dagen per week.

Als de ouders samen genoeg draagkracht hebben om in de kosten van een kind te voorzien, dan zullen zijn naar rato van draagkracht bijdragen in de kosten van het kind en dan kan de alimentatieplichtige de volledige zorgkorting verzilveren.

De kosten van de kinderen van Mark en Anne zijn op basis van de behoeftetabel € 700 per maand.
Mark heeft een draagkracht van € 600 en Anne € 400.
Mark draagt bij: 600/1000 x 700 = € 420
Anne draagt bij: 400/1000 x 700 – € 280.

De kinderen zijn gemiddeld twee dagen per week bij Mark (om de week het weekend en de vakanties en feestdagen worden gedeeld.
De zorgkorting is dan: 25% van € 700 = € 175.

Mark draagt nog bij in de vorm van kinderalimentatie: € 245 (420 – 175).

Hebben de ouders onvoldoende draagkracht om in de kosten van de kinderen te voorzien, dan kan de alimentatieplichtige de zorgkorting niet of niet volledig verzilveren.

Stel er is een tekort aan draagkracht van € 100 en de zorgkorting is € 175. 
Het tekort aan draagkracht wordt over de ouders verdeeld (ieder € 50) en bij de alimentatieplichtige wordt die € 50 van de zorgkorting afgetrokken. Van de zorgkorting kan de alimentatieplichtige dan dus nog € 125 verzilveren.

Extra lasten

Met sommige extra lasten wordt bij het bepalen van de draagkracht voor kinderalimentatie rekening gehouden.

Het moet dan gaan om niet vermijdbare en niet verwijtbare lasten, zoals bijvoorbeeld betalingen in verband met de restschuld voor de voormalige echtelijke woning of andere (huwelijkse) schulden.

Die extra lasten worden bij het draagkrachtloos inkomen opgeteld, waardoor de draagkracht voor een bijdrage in de kosten van de kinderen afneemt.

Stel: Mark moet € 100 per maand betalen op een schuld die uit het huwelijk met Anne stamt
draagkracht zonder extra lasten: 70% van [ 2500 – (0,3 x 2500 + 890)] = € 602,–
draagkracht met extra lasten:  70% van [ 2500 – (0,3 x 2500 + 890 + 100)] = € 532,–
(dus zijn draagkracht daalt met 70% van 100)

Ook extra lasten in verband met de echtelijke woning, die door de ander wordt bewoond, verminderen de draagkracht. In plaats van een forfaitair bedrag aan woonlasten (0,3 x NBI) wordt dan gerekend met de daadwerkelijke totale netto woonlasten (geen gebruikerslasten!).

Stel: Mark huurt een woning voor € 600 (kale huur). Aan woonlasten van de echtelijke woning, die door Anne wordt bewoond, voldoet hij netto € 525,– per maand.  Zijn woonlasten zijn dus € 1125 per maand.
Zijn draagkracht is dan (met aflossing op huwelijkse schuld): 70% van [ 2500 – (1125 + 890 + 100)] = € 269,50

Aanvaardbaarheidstoets

Tekst in voorbereiding