Procedure echtscheiding

Ieder eigen advocaat

Hoe verloopt de procedure als ieder een eigen advocaat heeft en het niet lukt om volledige overeenstemming te bereiken over de gevolgen van de scheiding? Lees meer >>

Gezamenlijk verzoek

Hoe verloopt de procedure er uit als er volledige overeenstemming is bereikt over de gevolgen van de scheiding? Lees meer >>

Voorlopige voorzieningen

Voor de duur van de echtscheidingsprocedure kan door de rechter op verzoek van een echtgenoot een aantal voorlopige voorzieningen worden getroffen. Lees meer >>

Ieder eigen advocaat

Een echtscheidingprocedure ziet er als volgt:

  • Indienen schriftelijk verzoekschrift met betekening door deurwaarder aan andere echtgenoot.
  • Binnen 6 weken na betekening indienen schriftelijk verweerschrift, eventueel met zelfstandige verzoeken (een keer uitstel van 4 weken mogelijk).
  • Binnen 4 weken indienen van verweerschrift tegen de zelfstandige verzoeken (een keer uitstel van 4 weken mogelijk).
  • De rechtbank doet vervolgens meestal een aanbod tot mediation dat 4 weken geldt.
  • De rechtbank bepaalt een datum voor de zitting op de rechtbank (mondelinge behandeling).
    Tussen de datum van de oproep voor de zitting en de zitting zelf zitten meestal 2 tot 5 maanden.
  • Na de zitting doet de rechtbank meestal binnen 4 tot 6 weken uitspraak.

Het huwelijk wordt ontbonden door inschrijving van de uitspraak bij de Burgerlijke Stand.

Als er geen complicaties zijn en er geen hoger beroep wordt ingesteld, duurt de procedure vanaf het indienen van het verzoekschrift tot de ontbinding van het huwelijk vaak 9 maanden tot een jaar.

Verplichte vertegenwoordiging door een advocaat

Een verzoekschrift tot echtscheiding kan alleen door een advocaat bij de rechtbank worden ingediend. Ook de verwerende partij mag alleen stukken bij de rechtbank indienen door een advocaat. Kiest de verwerende echtgenoot dus ervoor om zich niet door een advocaat te laten bijstaan, dan kan hij of zij geen verweerschrift en stukken bij de rechtbank indienen.

Echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek

Wanneer partijen er in slagen om alle gevolgen van de echtscheiding in onderling overleg te regelen – bijvoorbeeld met behulp van mediation of in overleg tussen advocaten- dan is het het meest praktisch om een gemeenschappelijk verzoekschrift tot echtscheiding bij de rechtbank in te dienen.

Aan de rechtbank wordt dan verzocht om de echtscheiding uit te spreken en de gemaakte afspraken (neergelegd in een echtscheidingsconvenant en, wanneer van toepassing, een ouderschapsplan) in de uitspraak op te nemen.

Voordeel van een gemeenschappelijk verzoek is dat de procedure relatief snel is (de rechtbank Den Haag doet gemiddeld binnen drie of vier weken uitspraak) en dat er geen mondelinge behandeling bij de rechtbank plaatsvindt.

Wanneer er kinderen zijn van 12 jaar of ouder dan worden deze wel opgeroepen om met de rechter te spreken. Kinderen ouder dan 12 jaar worden altijd in de gelegenheid gesteld om hun mening aan de rechtbank kenbaar te maken over de afspraken over het ouderlijk gezag, de zorgregeling (omgang) en de informatie- en consultatieregeling. De rechtbank benadert uw kind hiervoor zelf per brief. De kinderen worden uitgenodigd om op een bepaald moment met de kinderrechter te spreken of om een formulier in te vullen en terug te sturen. Lees meer >>

Wanneer de rechtbank uitspraak heeft gedaan, kunt u op kantoor van advocaat (-mediator) een akte van berusting ondertekenen waardoor de echtscheiding snel kan worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Voorlopige voorzieningen

Voor de duur van de echtscheidingsprocedure kan door de rechter op verzoek van een echtgenoot een aantal voorlopige voorzieningen worden getroffen.

De rechtbank kan bij voorlopige voorzieningen:

  • Bepalen wie voorlopig in de echtelijke woning mag blijven en de inboedel mag gebruiken
  • Bepalen aan welke ouder de kinderen voorlopig worden toevertrouwd
  • Een regeling vaststellen inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
  • Bepalen welke voorlopige onderhoudsbijdrage door de onderhoudsplichtige dient te worden voldaan ten behoeve van de kinderen
  • Bepalen welke voorlopige onderhoudsbijdrage door de onderhoudsplichtige dient te worden voldaan ten behoeve van de andere huwelijkspartner.

Voorlopige voorzieningen zijn als het ware ordemaatregelen voor de duur van de echtscheidingsprocedure. Kenmerkend voor deze ordemaatregelen is dat zij een voorlopig karakter dragen en dus uitsluitend gelden voor de duur van de echtscheidingsprocedure.

De voorlopige voorzieningen verliezen hun kracht onder meer na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.

De partij die voorlopige voorzieningen wenst te hebben vastgesteld zal daartoe een verzoek bij de rechtbank moeten indienen. Vervolgens zal dat verzoek normaliter binnen drie weken door de rechtbank tijdens een mondelinge behandeling (waarbij partijen zelf ook aanwezig zijn) worden behandeld. Normaal wordt dan binnen twee weken na de mondelinge behandeling uitspraak gedaan. Binnen vier weken nadat de uitspraak voorlopige voorzieningen door de rechtbank is gewezen, dient een verzoek tot echtscheiding te zijn ingediend. Gebeurt dat niet binnen die termijn, dan vervallen de voorlopige voorzieningen.

Bij het treffen van de voorlopige voorzieningen gaat de rechtbank uit van de op dat moment bestaande situatie.

Met behulp van de voorlopige voorzieningen kan de rust zo veel als mogelijk terugkeren en kunnen partijen zich richten op het definitief regelen van de gevolgen van de echtscheiding.

Definitieve afspraken over de gevolgen van de echtscheiding en beslissingen die de rechtbank daarover neemt, worden ‘nevenvoorzieningen’ genoemd. In zijn algemeenheid geldt dat deze hun aanvang nemen op het moment van echtscheiding. Op dat moment vervallen de voorlopige voorzieningen.

Wijziging voorlopige voorzieningen

Indien eenmaal voorlopige voorzieningen door de rechtbank zijn vastgesteld, is daartegen geen hoger beroep mogelijk.

Wanneer de situatie echter tijdens de echtscheidingsprocedure op enig moment wijzigt, kan wel wijziging van de eerder afgegeven voorlopige voorzieningen worden verzocht. In zoverre kan een eerder afgegeven beschikking voorlopige voorzieningen dus wel worden aangetast.

Het is dan aan de verzoekende partij te stellen en te bewijzen dat en welke omstandigheden zijn gewijzigd.