Dient het kindgebonden budget meegeteld te worden als eigen inkomen bij het bepalen van behoefte partneralimentatie? Het Hof Den Haag heeft zich bij beschikking van 18 mei 2016 aangesloten bij de lijn die de overige gerechtshoven reeds volgde. Gevolg: rechtseenheid.
Hoe zat het ook al weer?

Lijn rechtspraak

Conform de beschikking van de Hoge Raad van terzake het kindgebonden budget (Hoge Raad van 9 oktober 2015 ECLI:NL:HR:2015:3011) oordeelde de lagere rechtspraak dat het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop aangemerkt moeten worden als inkomensondersteuning: deze inkomensondersteuning moet bij het netto inkomen van de alimentatiegerechtigde worden opgeteld, waardoor de behoefte van de alimentatiegerechtigde lager wordt.

Lijn Hof Den Haag tot 18 mei 2016

Het Hof Den Haag volgde echter tot 18 mei 2016 een andere lijn: het Hof meende dat de onderhoudsverplichting van de man jegens zijn ex-echtgenote prevaleert boven de ondersteuning die de vrouw kan krijgen van de staat indien zij in onvoldoende mate in haar levensonderhoud kan voorzien en vond daarom dat het kindgebonden budget niet bij het inkomen van de vrouw ter bepaling van haar behoefte diende te worden opgeteld (zie: Hof Den Haag 23 maart 2016).

Hof Den Haag 18 mei 2016

Bij beschikking d.d 18 mei 2016 heeft het Hof Den Haag haar lijn verlaten en aangesloten bij de lijn van de andere gerechtshoven (zie: Hof Den Haag 18 mei 2016).

Het Hof overweegt:

“Om wille van de rechtseenheid en het geringe verschil in uitkomst in de verschillende benaderingen zal het hof het standpunt van de andere hoven in dezen volgen en dus vooralsnog niet langer beslissen in de lijn van zijn eerder op 23 maart 2016 (zaaknr. 200.172.952/01; ECLI:NL:GHDHA:2016:806) ingenomen standpunt.

Conclusie

De vaste lijn in de rechtspraak terzake de behoefte aan partneralimentatie en het kindgebonden budget luidt thans:

Het kindgebonden budget met alleenstaande ouderkop wordt opgeteld bij het netto maandinkomen van de partneralimentatiegerechtigde. Daarop wordt in mindering gebracht het vastgestelde aandeel in de kosten van de kinderen dat voor rekening komt van de partneralimentatiegerechtigde.