Het klinkt voor velen vreemd in de oren. “Kinderalimentatie” voor ouder die omgang met kind heeft.
Een ouder, die omgang met zijn/haar kind heeft, kan onder omstandigheden recht hebben op een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind om de kosten van die omgang te kunnen voldoen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de uitspraak van de rechtbank Rotterdam d.d. 17 december 2015.
In die zaak hebben de kinderen hun hoofdverblijf bij moeder en vader heeft gemiddeld 3 dagen per week omgang met de kinderen . Vader is van oordeel dat hij geen draagkracht heeft de kosten van de kinderen, wanneer zij bij hem zijn, dus de kosten van die omgang, te voldoen.
Hij vraagt daarom om een bijdrage van moeder in die kosten.
De rechtbank heeft de (basis)kosten van de kinderen samen vastgesteld op € 1.848,- per maand. Gelet op de drie dagen omgang per week bij vader, worden de verblijfskosten van de kinderen bij vader berekend op 35% daarvan.
Daarom wordt de behoefte van de man aan een door de vrouw te betalen kinderbijdrage bepaald op (35% van € 1.848,-=) € 647,- per maand.
Het netto besteedbaar inkomen van vader ligt onder bijstandsniveau en volgens de rechtbank heeft hij daarom geen draagkracht om die kosten te dragen. De draagkracht van moeder voor een kinderbijdrage berekent de rechtbank op € 606,-. Vader heeft om een bijdrage van € 474,– gevraagd, dus dat wijst de rechtbank toe.
Duidelijk is dus dat een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding twee kanten op werkt: de ouder die het hoofdverblijf van de kinderen heeft kan om een bijdrage verlangen, maar ook de ouder die onvoldoende draagkracht heeft om in kosten van omgang te voorzien.