Dient het kindgebonden budget meegeteld te worden als eigen inkomen bij het bepalen van de behoefte aan partneralimentatie?

Hoge Raad 9 oktober 2015

Sinds de beschikking van de Hoge Raad van terzake het kindgebonden budget (Hoge Raad van 9 oktober 2015 ECLI:NL:HR:2015:3011) is het de vraag hoe om te gaan met het kindgebonden budget bij het bepalen van de behoefte aan partneralimentatie.

In die beschikking van 9 oktober 2015 oordeelde de Hoge Raad dat het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop aangemerkt moeten worden als inkomensondersteuning. Op basis van die beschikking moet deze inkomensondersteuning bij het netto inkomen van de alimentatiegerechtigde worden opgeteld, waardoor de behoefte van de alimentatiegerechtigde lager wordt.

Het Hof Den Haag wijkt bij beschikking van 27 januari 2016 hiervan af en betrekt het kindgebonden budget niet bij het berekenen van de behoefte van de vrouw. Het Hof overweegt:

“Door de inkomensondersteuning wordt dus in beginsel de behoefte van de vrouw lager, dit is een mogelijk indirect effect van de beschikking van de Hoge Raad. Het ontvangen van partneralimentatie is van invloed op de omvang van het verzamelinkomen en dus op de hoogte van het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop. Een verlaging van het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop heeft weer een effect op de aanvullende behoefte aan partneralimentatie. Er ontstaat als het ware een cirkel berekening die niet te doorbreken is. Uit de beschikking van de Hoge Raad van 27 januari 1995 NJ 1995/295 volgt dat gezien de aanvullende aard van de huursubsidie deze subsidie bij de berekening van haar netto behoefte hiermee geen rekening moet worden gehouden. Nu het kind gebonden budget en de alleenstaande ouderkop eveneens een aanvullend karakter hebben houdt het hof bij de berekening van de behoefte van de vrouw geen rekening met deze inkomensafhankelijk inkomensondersteuning. “

***

Het Hof Den Haag houdt bij de berekening van de behoefte van de vrouw dus geen rekening met het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop.

Het lijkt er op dat opnieuw een beslissing van de Hoge Raad nodig is om de vraag definitief te beantwoorden.