Wat als ouders te weinig draagkracht hebben om te voorzien in alle kosten van de kinderen, maar er wel ruimte is om partneralimentatie te voldoen? Biedt de voorrangsregeling een oplossing?

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 10 maart 2016

Ouders beschikten in de zaak die leidde tot de uitspraak van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 10 maart 2016 samen over onvoldoende draagkracht om volledig in behoefte van de kinderen te voorzien. De man moest daarom zijn gehele draagkracht van € 200 aanwenden om in de kosten van de kinderen te voorzien.

Uit de berekening voor de partneralimentatie bleek echter dat de man nog draagkracht had om een bijdrage in de vorm van partneralimentatie te voldoen, namelijk € 93,- netto (zonder fiscaal voordeel) per maand.

Voorrangsregeling art. 1:400 BW

In de wet is opgenomen dat kinderalimentatie boven partneralimentatie gaat.

De wet zegt in artikel 1:400 BW:

Indien een persoon verplicht is levensonderhoud te verstrekken aan twee of meer personen en zijn draagkracht onvoldoende is om dit volledig aan allen te verschaffen, hebben zijn kinderen en stiefkinderen die de leeftijd van een en twintig jaren nog niet hebben bereikt voorrang boven alle andere onderhoudsgerechtigden en hebben zijn echtgenoot, zijn vroegere echtgenoot, zijn geregistreerde partner, zijn vroegere geregistreerde partner, zijn ouders en zijn kinderen en stiefkinderen die de leeftijd van een en twintig jaren hebben bereikt voorrang boven zijn behuwdkinderen en zijn schoonouders.

Vervolg gerechtshof ‘s-Hertogenbosch op 10 maart 2016

Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch overwoog dan ook:

Uit het vorenstaande blijkt dat er sprake is van situatie waarbij partijen, althans de man niet volledig in de behoefte van de kinderen kan voorzien, maar de man toch ruimte heeft om een partnerbijdrage te voldoen. Gelet op de in de wet opgenomen voorrangsregel acht het hof redelijk de draagkracht van de man ten behoeve van de kinderen te verhogen met voormeld – netto – bedrag dat de man beschikbaar heeft ten behoeve van de vrouw, zodat het hof de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen vaststelt op een bedrag van € 293,- per maand, derhalve € 146,50 per kind per maand.

De voorrangsregeling bood dus in dezen de oplossing.