Kinderechter wijzigt op verzoek van minderjarigen omgangsregeling

De kinderrechter van de rechtbank Overijssel (zittingsplaats Almelo) heeft op schriftelijk verzoek van een drietal kinderen en de gesprekken die de rechtbank met de kinderen en de ouders heeft gevoerd, de omgangsregeling gewijzigd en bepaald dat er geen omgang tussen de kinderen en vader zal zijn.

Zelfstandige rechtsingang kinderen

Allereerst overweegt de kinderrechter dat de minderjarigen gebruik hebben gemaakt van de in artikel 1:377g BW geboden mogelijkheid om een ambtshalve beslissing van de kinderrechter te verzoeken over onder meer de omgang.

Overweging geen omgang

De kinderrechter overweegt:

“Na beraad is de kinderrechter van oordeel dat het weinig zinvol is om de voorlopige omgangsregeling, zoals die is vastgelegd in het kort geding vonnis, in stand te laten.

Om uitvoerig in te gaan op de stellingen en standpunten van de ouders is niet aan de orde. De ouders hebben immers geen verzoekschrift ingediend dan wel voorgelegd waarop moet worden beslist. De mening van de kinderen is duidelijk geworden en hun belang bij het voorleggen van hun verzoek is voldoende toegelicht in de stukken. De kinderrechter acht het in het belang van de kinderen dat in deze beschikking wordt bepaald dat er niet langer sprake zal zijn van een rechtens afdwingbare omgangsregeling zoals vastgelegd in het kort geding vonnis. Uiteraard staat het vader vrij om in een bodemprocedure anders te verzoeken.”

Zie voor de volledige uitspraak: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2015:5742.

***

Uit deze uitspraak van de kinderrechter blijkt maar weer eens dat een brief van minderjarigen aan de kinderrechter na een zorgvuldige afweging door de kinderrechter tot wijziging van een omgangsregeling kan leiden.