U bevindt zich hier::////Vernietiging erkenning door meerderjarig kind

Dochter heeft sinds haar geboorte twee maal contact gehad met haar biologisch vader. Daarna jaren niet meer. Haar moeder trouwt vervolgens met een man. Met toestemming van moeder en de dochter, die op dat moment 14 jaar oud is, erkent de man dochter. Iedereen weet dat die de man biologisch niet de vader is van dochter.
Ook kiezen zij ervoor om dochter in het vervolg de achternaam van de man te laten dragen.
Moeder en de man scheiden. Dochter is intussen meerderjarig en verzoekt aan de rechtbank om vernietiging erkenning.

Eisen vernietiging erkenning, verzocht door kind

Een verzoek tot vernietiging van de erkenning kan door het kind bij de rechtbank worden ingediend, op de grond dat de erkenner niet de biologische vader is van het kind (art. 1:205 BW) en de erkenning tijdens de minderjarigheid van het kind heeft plaatsgevonden.
Het verzoek kan door het kind worden ingediend binnen drie jaren nadat het kind bekend is geworden met het feit dat de man vermoedelijk niet de biologische vader is. Indien het kind gedurende zijn minderjarigheid bekend is geworden met dit feit kan het verzoek tot uiterlijk drie jaren nadat het kind meerderjarig is geworden, worden ingediend (art. 1:205 lid 4 BW).

Rechtbank Oost-Brabant 1 mei 2018

Als reden waarom dochter , toen zij 14 was, destijds toestemming voor erkenning heeft gegeven, wordt aangevoerd dat dat was om zich aan de buitenwereld als één gezin te kunnen presenteren en om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten door een gangbare Nederlandse naam te voeren. Zij wist toen al geruime tijd, dat niet deze man, maar een man uit een eerdere relatie van de moeder, haar biologische vader was. Van de verdere juridische gevolgen van een erkenning hebben noch de moeder, noch de man, noch de dochter ooit geweten. De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft hen opmerkzaam gemaakt op de rechtsfiguur van de erkenning als oplossing van het achternaam-probleem en heeft hen op de verdere consequenties niet gewezen.

Dit zijn de bijzondere omstandigheden van dit geval.

De rechtbank vindt dat dochter, nu zij toen zij toestemming voor de erkenning gaf wist dat de man biologisch niet haar vader is, geen beroep kan doen op art. 1:205 lid 4 BW. Dat betekent dus dat zij geen vernietiging erkenning kan verzoeken.

Uit artikel 1:205 lid 4 BW moet volgens de rechtbank  worden afgeleid dat een verzoek tot vernietiging van de erkenning door een kind, alleen kan worden ingediend in de situatie dat het kind na de erkenning bekend wordt met het feit dat de erkenner niet de biologische vader is.

De rechtbank overweegt verder:

“Desondanks stelt de rechtbank zich thans de vraag of in het onderhavige geval de toepassing van het uit artikel 1:205, vierde lid, BW voortvloeiende vereiste een ongerechtvaardigde inmenging betekent in het door artikel 8 EVRM beschermde recht op eerbiediging van ‘family life’ van de dochter. (…)

De dochter wil dat, nu de moeder de band met de man volledig heeft verbroken en zij biologisch geen band met de man heeft, de familierechtelijke band niet als enige met de man voortzetten, ook niet nu zij ter zitting met de overige juridische gevolgen van de erkenning is geconfronteerd. Een wijziging van de geslachtsnaam die zij via de weg van een andere procedure ook kan bewerkstelligen, is voor haar, nu zij ter zitting ook van de overige gevolgen in kennis is gesteld, onvoldoende. De dochter wenst dat voor haar toekomst de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met uitsluitend de biologische werkelijkheid in de relatie tot haar moeder, dat zij de naam van haar moeder weer kan voeren en dat zij geen enkele (juridische) relatie meer heeft met de man.

Naar het oordeel van de rechtbank valt niet in te zien hoe de rechtszekerheid en de belangen van andere betrokkenen dan de rechtstreeks belanghebbenden zullen worden geschaad bij toewijzing van het verzoek van de dochter. De rechtbank neemt daarbij uitdrukkelijk in overweging dat de dochter tijdens het geven van de toestemming tot erkenning slechts veertien jaar oud was en dat zij destijds door haar moeder en de man onvolledig is voorgelicht. Van een veertienjarige, zo oordeelt de rechtbank, kan niet worden verlangd dat zij eigenhandig stappen onderneemt om te informeren of de erkenning wellicht meer juridische gevolgen heeft dan de door haar moeder geschetste. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het belang van de biologische en maatschappelijke werkelijkheid moet prevaleren boven het belang van strikte hantering van het vereiste dat voortvloeit uit het bepaalde in artikel 1:205, vierde lid, BW. De rechtbank zal het verzoek van de dochter om de erkenning te vernietigen, dan ook toewijzen.

Door de vernietiging van de erkenning krijgt het meisje van rechtswege (nadat de uitspraak in kracht van gewijsde in gegaan) de geslachtsnaam van haar moeder.

Bron: rechtbank Oost-Brabant d.d. 1 mei 2018.

Zie ook: erkenning door moeder aan een ander gegeven

 

2018-05-14T14:39:37+00:00mei 14th, 2018|Afstamming, Erkenning|